20 March 2020

Stand-alone decentrale zuivering voor afgelegen gebieden

Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het BTO-Bedrijfsonderzoek voor WML en Oasen.
In Nederland, en met name in Limburg, komen afgelegen gebieden voor waar aansluiting op het centrale Nederlandse drinkwaternet niet eenvoudig te realiseren is. Voor deze gebieden zou decentrale zuivering van water uit lokale bronnen wellicht een alternatief kunnen zijn. In dit onderzoek hebben we voor drie locaties (Munstergeleen, Meinweg en Rothenbach) onderzocht welke lokale bronnen in aanmerking zouden kunnen komen (regenwater, grondwater en oppervlaktewater), wat de kwaliteit van het water uit die bronnen is, en hoeveel water dan beschikbaar zou zijn. Hierbij is uitgegaan van een scenario waarbij, net als nu bij het centrale leidingnet, alleen drinkwaterkwaliteit geleverd wordt, en van een scenario waarbij naast elkaar huishoud- en drinkwaterkwaliteit wordt geproduceerd.
De drie genoemde casussen verschillen in het benodigde debiet. Voor Munstergeleen is dit in totaal 534 m3/jaar, voor Meinweg 2500 m3/jaar en voor Rothenbach 16.000 m3/jaar. Voor de berekening van CAPEX en OPEX van een zuiveringsinstallatie wordt over het algemeen gebruik gemaakt van de kostencalculator van RHDHV voor kleinschalige zuiveringen (Water 2000). De in dit rapport bestudeerde zuiveringen zijn echter nog veel kleiner dan de zuiveringen waarop dit model is gebaseerd. Daarom is bij diverse leveranciers informatie opgevraagd over de werkelijke kosten van kleinschalige apparatuur, en op basis hiervan is een nieuwe calculator gemaakt voor decentrale zuiveringen, waarmee de scenario’s in dit rapport zijn uitgerekend. Dit werk is deels uitgevoerd in het kader van het in dit rapport beschreven onderzoek, en deels in het kader van het BTO onderzoek Radicaal Nieuwe Bronnen.

Het bericht Stand-alone decentrale zuivering voor afgelegen gebieden verscheen eerst op De bibliotheek van KWR.