11 July 2019

ATP en flowcytometrie voor bepalen van de biomassa in water

Uit een vergelijking van zes methoden om de biomassa of aantal microben in een drinkwatermonster te bepalen, komen ATP-gehalte en flowcytometrie als meest geschikt naar voren. De ATP-bepaling, uitgevoerd volgens twee methoden, detecteert ATP van alle onderzochte organismen: bacteriën, filamenteuze schimmels, gisten en protozoa. Flowcytometrie is geschikt voor tellingen van aantallen bacteriën en gisten in water. Schimmels worden hier niet betrouwbaar meegeteld; detectie van protozoa is mogelijk, mits de instellingen worden aangepast. De kweek- en directe celmethoden zijn geschikt voor alle micro-organismen, behalve respectievelijk protozoa en filamenteuze schimmels. Vanwege onvoldoende gevoeligheid is de bepaling van het totaal organisch koolstofgehalte (TOC) ongeschikt. Binnen de drinkwaterbedrijven bestond nog onduidelijkheid omtrent de betekenis van de gegevens van de verschillende biomassabepalingen. Dit leidde tot discussies over de toepassing en interpretatie ervan. Betrouwbare analysemethoden voor bepalingen van de hoeveelheid
biomassa in water en biofilm zijn nodig om kwaliteitsproblemen door nagroei in het drinkwater tijdens transport in het distributiesysteem en drinkwaterinstallaties te beheersen.

Het bericht ATP en flowcytometrie voor bepalen van de biomassa in water verscheen eerst op De bibliotheek van KWR.